Teeltwisseling

Teeltwisseling houdt de grond vruchtbaar en gaat ziektes tegen. Wissel de plek van de soorten gewassen, veelvraten, matige eters, kleine eters en blijvers elk jaar af.

Gewassen wisselen

Teeltwisseling of vruchtwisseling wordt al heel lang gedaan in de tuinbouw. Met teeltwisseling houd je de grond vruchtbaar. Het is een roulatiesysteem, waarbij steeds andere gewassen op een bepaald stuk grond groeien. Alle moestuingewassen halen een eigen voedingspakket uit de grond. Als jaar na jaar dezelfde soort op een plek staat, raakt de bodem uitgeput en groeit die plant er niet meer. Ook helpt teeltwisseling ziektes tegengaan. Een ander systeem is combinatieteelt, dat je met teeltwisseling kan combineren. Met het combinatiesysteem boots je zo veel mogelijk de natuur na. Het is dan ook niet van de landbouw, maar van de natuur afgekeken.

Verdeling

Teeltwisseling is heel makkelijk. Verdeel de moestuin in vier delen. Het eerste deel is voor de veelvraten. Het tweede voor de matige eters. Het derde deel voor de kleine eters en het vierde is voor gewassen die vast blijven staan.

Plantengroepen

Veelvraten

Veelvraten zijn planten die veel compost en organische mest nodig hebben. Voorbeelden zijn alle koolsoorten, augurken, aardbeien, komkommers, pompoenen, prei en selderij.

Matige eters

Matige eters groeien op het moestuindeel waar het jaar ervoor de veelvraten groeiden en zwaar werd bemest. Ze hebben genoeg aan wat extra compost. Voorbeelden zijn wortels, uien, bieten, koolrabi, spinazie, schorseneren, sla, radijs, rammenas, meloenen, paprika en pepers.

De kleine eters

Kleine eters hebben genoeg aan wat de andere groepen aan voedingsstoffen over laten in de grond. Geef hooguit wat compost. Kleine eters zijn de soorten die zelf stikstof uit de lucht vasthouden, zoals peulvruchten en keukenkruiden.

Blijvers

Het vierde gedeelte is voor de blijvers. Hier komen planten die het zonder plaatswisseling beter doen zoals artisjokken, aardperen, rabarber, asperges en aardbeien. Ook aardappelen en tomaten nemen vaak een aparte plaats in, door de ruimte die ze nodig hebben.

Zo rouleer je

Bemest het bed van de veelvraten. Het jaar erop geef je de grond daar wat compost en zet je er de matige eters in. Waar de matige eters stonden komen de kleine eters. Bemest de hele moestuin een keer in de drie jaar grondig. Het is handig om de bedden niet breder dan 1,5 meter te maken en maak er smalle paden tussen. Zo loop je er niet overheen tijdens het bewerken.

Schema wisselteelt

Een voorbeeld van wisselteelt:
Jaar 1: bloemkool, wortels, bonen.
Jaar 2: bonen, bloemkool, wortels.
Jaar 3: wortels, bonen, bloemkool.

Kom voor persoonlijk advies en ons assortiment naar de winkel.