De degoe hoort net als de chinchilla bij de cavia-achtigen, alhoewel ze meer weg hebben van de chinchilla. Het grote verschil is echter dat een degoe een dagdier is en de chinchilla niet.
AANSCHAF
Degoes kunnen heel tam worden en echt dol zijn op hun baasjes, maar ze gaan ook buitengewoon vriendelijk met elkaar om. Houd nooit een degoe alleen, hij zal zich ondanks uw aandacht zeer ongelukkig gaan voelen. Bovendien krijgt u meerdere degoes net zo makkelijk tam als één. Zet echter nooit volwassen mannen bij elkaar die elkaar niet kennen, ze zullen vechten met mogelijk de dood als gevolg. Elke andere combinatie, vormt geen enkel probleem, mits de kooi groot genoeg is.
HUISVESTING
Een groepje degoes kunt u het beste houden in een kamervolière. Hierin kunt u met plankjes en takken (wilgen, berken-, beuken- en fruitbomen) voldoende klimmogelijkheden aanbrengen. Bovendien kunnen de degoes uit een dergelijke kooi niet zomaar ontsnappen. Uit elke andere kooi met plastic of hout zal onmiddellijk een uitweg worden geknaagd. Holen in de vorm van potten, kruiken of nestkastjes worden beslist gebruikt. Breng ook een ruif aan waarin het aangeboden hooi schoon blijft. Degoes hebben regelmatig een bad met chinchillazand nodig om hun pelsje in conditie te houden. Zet dit in een stevige schaal op de bodem. Als bodembedekking kunt u heel goed houtkrullen of houtsnippers gebruiken. Op dezelfde manier kunt u de degoes ook prima buiten houden. Zorg dan alleen voor beschutting tegen wind, regen en extreme zonneschijn. In de winter biedt u meer hooi en nestgelegenheid aan. Ze zullen een heel dik pelsje ontwikkelen tegen de winterse omstandigheden.
VOEDING
Degoes hebben gevoelige darmen en daarom is het voor hen het beste wanneer ze steeds hetzelfde menu voorgeschoteld krijgen. Speciaal degoevoer is ideaal, maar dat is niet overal verkrijgbaar. Degoes doen het echter ook prima op een volledig cavia- of knaagdiervoer. Hierin mogen alleen niet te veel pinda’s en zonnebloempitten zitten. Goed hooi is een vereiste voor degoes. Daarbij mogen ze af en toe kleine beetjes groente of fruit. Pas op met producten die veel suiker bevatten (zoals druif en banaan): degoes kunnen suikerziekte ontwikkelen.
VERZORGING EN GEZONDHEID
Een gezonde degoe zal gemiddeld tussen de zes en acht jaar oud worden. Voorkom suikerziekte door vervetting te vermijden en geen producten aan te bieden met veel suikers. Voldoende fris geurend hooi houdt de darmen van de degoe gezond. Een gezonde degoe heeft helderoranje tanden.
Een nestje
Degoes zijn op een leeftijd van ongeveer 12 weken vruchtbaar. De vrouwtjes zijn dan echter nog wel wat jong om te laten dekken. Met vijf maanden zijn ze voldoende uitgegroeid om een nestje aan te kunnen. U hoeft het mannetje niet uit de groep te halen. Meestal regelen de degoes zelf dat ze niet keer op keer drachtig zijn. Na een draagtijd van ongeveer 90 dagen worden gemiddeld vijf tot zes jongen geboren. De jongen zijn al helemaal behaard en hebben de oogjes open. Na een paar dagen zullen ze ook al door het hok scharrelen en voorzichtig beginnen te eten. Met een week of zes zijn de jongen voldoende zelfstandig om bij de ouderdieren weg te halen.
Optillen
Met wat voer kunt u een degoe al snel verleiden om op uw hand te komen zitten. Bovendien is een degoe zo nieuwsgierig dat hij toch wel komt kijken wat u komt doen. Is hij eenmaal aan uw hand gewend, dan kunt u hem makkelijk aaien en al vrij snel oppakken. Pak een degoe nooit bij de staart, deze zal heel snel beschadigen en niet meer aangroeien. De degoe zal niet rustig bij u blijven zitten, daar zijn ze veel te nieuwsgierig en actief voor.