WELKE KITTEN KIEST U?
Als u een kitten in huis neemt wilt u natuurlijk het liefst een gezond diertje. Het is dan ook belangrijk om nooit uit medelijden voor een kitten te kiezen die zielig en schuw wegkruipt achter haar broertjes en zusjes die wél spontaan naar u toekomen. In negen van de tien gevallen is dit een teken dat het beestje niet lekker in zijn of haar vel zit. Het is daarom slimmer om de fitste en meest spontane kitten uit het nest te nemen. Ook lopende neuzen, waterige ogen of korstjes op de oogleden kunnen waarschuwingen zijn. Vuile oren en kale plekken in de vacht kunnen wijzen op oormijt en/of schimmel. Daarnaast is het goed om te kijken of het beestje last heeft van diarree. Als de haren rondom de anus schoon zijn, is er niets aan de hand. Verder is het een slecht teken als de schijnbaar goed gevulde buik van het diertje slap aanvoelt. Tenslotte is het niet goed als een kitten veel niest of hoest. Een besmettelijke infectie aan de bovenste luchtwegen of niesziekte is dan niet uit te sluiten.
Dierenpaspoort en chip
Steeds meer katten hebben een paspoort, waarin al hun gegevens en vaccinaties staan. Als u met uw kat de grens over wil is het sowieso verplicht om een paspoort te hebben en ook om uw kat te laten chippen. Dat is een elektronisch implantaat waarmee uw kat geïdentificeerd kan worden met behulp van een ISO-lezer. Via een centrale databank is 24 uur per dag op te vragen waar het dier met deze identificatie thuishoort. Ook kan men nakijken wat de medische toestand is van het dier. Het paspoort en de chip zijn verkrijgbaar bij de dierenarts.
WELKOM THUIS!
Kittens moeten minstens acht weken oud zijn voordat ze bij de moederpoes worden weggehaald. Fokkers van raskatten houden zelfs twaalf tot dertien weken aan, maar dat heeft vooral te maken met de entingen die het diertje dan al krijgt. Schaf alvast een goede reismand aan. Een kat vindt het meestal niet plezierig om in een auto te zitten. Soms helpt het om de reismand af te dekken zodat de kat wat rustiger zit. Spreek verder met de eigenaar af dat hij of zij de kitten van tevoren niet voert, zo is de kans kleiner dat ze onderweg moet overgeven.
Moedernest
Met het warme moedernest nog vers in haar herinnering is het voor de kitten best even wennen bij u thuis. Het is in de eerste dagen dan ook belangrijk om het jonge katje extra veel liefde en aandacht te geven. Het is daarom raadzaam om de kitten op te halen aan het begin van een paar vrije dagen. Op die manier kunt u meer aandacht besteden aan het diertje. Voor drukke gezinnen met veel kinderen is het handig om het jonge katje juist aan het begin van een schooldag op te halen, zodat ze even rustig het huis kan verkennen. Een kitten die de eerste acht weken nagenoeg geen mensen gezien heeft, kan in het begin erg angstig en schuw zijn.
De eerste vier weken
Wie bij thuiskomst de reismand opendoet, ziet dat de kitten vrij snel naar buiten komt. Een jonge kat is meestal erg nieuwsgierig en zal graag op onderzoek uit gaan. Zorg dat vanaf het eerste moment alle benodigdheden aanwezig zijn, zoals een gevulde kattenbak, wat speelgoed, een eet- en een drinkbakje en een mandje waarin ze kan slapen. Ook is het goed om vanaf het begin een naam voor de kat te hebben. Door die naam voortdurend te gebruiken, went een kitten daar snel aan. Verder is het verstandig om de eerste vijf weken het jonge katje nog niet naar buiten te laten. Uw kat moet zich eerst thuis voelen en omdat het nog niet alle benodigde vaccinaties, die de kat beschermen tegen ziekten buitenshuis, heeft ontvangen. Laat het diertje na die vijf weken niet alleen naar buiten gaan. Doe het onder begeleiding of eventueel met een tuigje en laat in het begin de deur openstaan, zodat de kitten als ze schrikt altijd terug kan lopen. Het is trouwens raadzaam om een kat die af en toe naar buiten gaat een halsband om te doen met daaraan een adreskokertje. Kies daarbij altijd voor een halsband van (gedeeltelijk) elastiek, zodat ze zich gemakkelijk kan bevrijden als ze ergens achter blijft steken. Het is nog handiger om uw kat te laten chippen door een dierenarts.
Optillen
Pak uw kitten niet op bij het nekvel! Maar ondersteun de kat met één hand onder haar borst, op de plek direct achter de voorpootjes. Terwijl u haar optilt, ondersteunt u met de andere hand de achterpootjes. Houd het dier rechtop tegen uw borst.
OPVOEDING
Zindelijk zonder zorgen
U hoeft ze dit nauwelijks te leren, ze doen vanzelf hun moeder na. Wilt u uw kittens een handje helpen, dan kunt u ze na het eten even op de kattenbak zetten. Zorg dat u in deze beginfase de kattenbak altijd in de buurt van de slaapplaats van de kittens heeft staan. Naarmate ze ouder worden en gewend zijn aan de kattenbak, kunt u deze langzaam steeds verder wegzetten naar de plaats waar u de kattenbak uiteindelijk wilt hebben. Het kan nog wel eens voorkomen dat een kitten bij haar vorige baasje een kattenbak had met een andere vulling. In het begin is ze dan nog wat onwennig, maar dat zal al snel veranderen als u even helpt door met haar pootjes te graaien. Als een kat weigert haar behoefte in de kattenbak te doen, komt dat meestal om dat ze de bak te vies vindt.
Consequent
Katten zijn net kinderen; ze hebben een consequente opvoeding nodig. Maak met alle gezinsleden duidelijke afspraken over wat wel en niet mag. Een goed strafmiddel voor kittens is natspuiten met de plantenspuit. Het is echter niet de bedoeling dat zij u de plantenspuit ook gewoon ziet gebruiken. De kat legt op die manier namelijk een verband met u en niet met wat zij aan het doen is en zal het een volgende keer als u niet in huis bent gewoon opnieuw proberen.