Alles over je lammetjes

De draagtijd van schapen en geiten is 150 dagen. Zoek een goede ram of bok uit en help de moeder met aflammeren. Voer lammetjes zo nodig bij en speen ze vanaf 70 dagen.

Voortplanting

Kies de goede vader

De bok of ram dekt vaak meerdere geiten of ooien (vrouwtjesschapen). De eigenschappen van de vader vind je dus bij veel lammetjes terug. Je wil mooie, sterke lammeren, zoek daarom een goede ram of bok uit. Kijk naar de bouw en het karakter, maar ook naar de kleur van de vader. Bij schapen kan de ram gewoon bij de kudde ooien in de wei lopen. Doe de ram een dekblok om, zo zie je welke ooien gedekt zijn. Aan een tuigje om de borst van de ram zit dan een soort stempelkussen dat inkt afgeeft. Als een ooi gedekt wordt, geeft het dekblok kleur af. Daarom lopen in het najaar vaak schapen in de wei met een gekleurde plek op de rug.

Het hele jaar vrichtbaar

In tegenstelling tot de andere geitenrassen zijn dwerggeiten het hele jaar vruchtbaar. Er worden dus ook het hele jaar door lammetjes geboren. Meestal wordt de bok alleen in de herfst bij de geiten gelaten.

Even ruiken

Bokken en rammen ruiken aan de geiten en ooien of ze dekrijp zijn. Ze ruiken ook even aan de urine als de vrouwtjes plassen. Als ze de geur hebben opgesnoven, krullen ze vaak hun bovenlip op en steken hun kop de lucht in. Dit noem je flemen. Aan rammen merk je niet zoveel in het dekseizoen, bokken stinken verschrikkelijk. Vandaar de term bokkenlucht. Dat komt omdat de klieren van de bok extra geurstoffen afscheiden en hij zichzelf onder plast om nog lekkerder te ruiken. Dat doen ze niet zomaar: geiten kiezen als ze de kans krijgen voor de bok die het meest stinkt.

Aflammeren

De draagtijd van geiten en schapen is ongeveer 150 dagen. Als er meerdere lammetjes geboren worden is de draagtijd vaak een paar dagen korter. Bij de meeste schapensoorten gaat het aflammeren niet vanzelf en moet je een handje helpen. Die schapen staan vaak in de stal en hebben geen makkelijke, natuurlijke geboorte. Ook als de geboorte zonder problemen verloopt, is het verstandig toch te helpen. Informeer over het aflammeren bij een veearts of iemand met ervaring.

Gaap of scheitje

Paringen tussen geiten en schapen komen voor en leiden soms tot dracht, maar die wordt meestal snel afgestoten. Toch verschijnt er jaarlijks wel een bericht over de geboorte van een gaapje of scheitje. Volgens wetenschappers is dat onmogelijk omdat het schaap 54 chromosomen heeft en de geit 60.

Piepkleine lammetjes

De lammetjes van geiten en schapen zijn na de bevalling heel klein, zeker dwerggeitjes zijn piepklein. Toch lopen ze binnen een uur na de geboorte al met hun moeder mee.

Spenen

Voordat je de mannetjes weer bij de vrouwtjes laat, moet je voor de zekerheid de jonge lammeren weghalen. Die mogen nog niet gedekt worden. Lammeren bij de moeder weghalen heet spenen. Meestal gebeurt het spenen als de lammetjes tussen 70 en 120 dagen oud zijn. Wil je de lammeren bij de moeder laten? Sla het dekken dan een jaar over.

Even wennen

Spenen vinden de lammeren niet fijn, ze blaten en mekkeren. Zet de moeders wat verder weg in een andere stal of wei, zodat ze de lammetjes niet horen. Dan zijn alle dieren er het snelst aan gewend.

Bijvoeren met lammerenkorrel

De lammeren moeten na het spenen goed worden bijgevoerd. Ze zijn nog volop in de groei. Dronken ze nog af en toe melk? Dan vervang je ook de melk door goed voer.

Schone uier

Geef de moeders tijdens het spenen weinig voer of zelfs alleen hooi, zeker als ze nog melk geven. De uier moet zo snel mogelijk opdrogen. Melk de uier niet, anders stimuleer je de aanmaak van melk. Laat een lam van een meerling niet alleen bij de moeder lopen. De uier van schapen en geiten is in twee helften verdeeld met twee spenen. Vaak heeft een lam voorkeur voor een kant van de uiers. De andere kant droogt dan op. De moeder krijgt een schuine uier, een kant vol en de andere leeg. Vaak wordt zo’n uier nooit meer mooi en gezond en gaat ontsteken.

Voordat er weer gedekt wordt

De uier voelt snel na het spenen soepel en ontspannen aan. Daarna krimpt de uier langzaam. Geef de ooien en geiten dan weer de gewone hoeveelheid voer, zodat ze weer in conditie zijn voor de volgende dekking. Fok niet met te dikke dieren, dat is niet goed voor ze. Vaak zijn te dikke dieren minder vruchtbaar. Ontworm de ooien en geiten, maar ook de lammeren na het spenen en voor het dekken.

Melk voor elk?

Controleer goed of alle lammeren melk krijgen van hun moeder. Zeker bij meerlingen komt het voor dat een van de lammetjes tekort komt. Voer het lammetje dan bij met de fles. Met goede poedermelk is dat geen probleem. Lammetjes die met de fles worden bijgevoerd heten leblammeren.

Rustig hoekje in de stal

Een eigen, rustig hoekje in de stal vinden de lammeren fijn en ze slapen er graag. Hang hier meteen een spenenemmer op, zodat je meer leblammeren tegelijk voert. Laat de melk niet te lang hangen en voorkom dat het zuur wordt.

Lammerbrokken

Lammetjes hebben minstens tien weken melk nodig, maar eten al snel wat hooi en brokjes. Voer ze speciale lammerbrokken om goed te groeien. Die zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de maagjes. Net als alle herkauwers hebben geiten en schapen vier magen. Die maagjes zijn eerst alleen geschikt voor melk en worden langzaam geschikt voor ruwvoer en brokken. De speciale lammerbrokken zorgen daarvoor. Voorkom dat de volwassen dieren de brokken eten. Zet een hoek van de stal af met een hek waar de lammeren doorheen passen maar de volwassen dieren niet.

Kom voor persoonlijk advies en ons assortiment naar de winkel.