
WAAROM SNOEIEN?
De meeste mensen vinden snoeien het moeilijkste en meest ingewikkelde tuinwerk dat er is. Wanneer moet het, waarom moet het en hoe moet het dan?
VERSCHIL TUSSEN SNOEIEN EN KNIPPEN
Snoeien is het wegnemen of sterk inkorten van hele takken en twijgen. Knippen is het oppervlakkig wegnemen van uiterste delen van een reeds gevormde plant om een bepaalde vorm te krijgen. Strakke hagen worden dus in feite niet gesnoeid, maar geknipt. Hetzelfde geldt voor buxusfiguren. Die knipt u regelmatig in vorm. Maar als daarbij een hele tak wordt weggenomen, is dat weer snoeien. Ook het ‘toppen’ van planten is dan weer snoeien.
REDENEN OM TE SNOEIEN
De belangrijkste zijn redenen om te snoeien zijn:
- Het stimuleren van bloei- en vruchtvorming.
- Meer ruimte en meer licht creëren. De verschillende planten ontwikkelen zich dan beter.
- Zieke, zwakke en afgestorven plantendelen verwijderen.
- Een boom of struik een meer natuurlijke vorm geven zodat de wortels de last beter kunnen dragen.
- Het wegknippen van uitgebloeide bloemen en takken om nieuwe een betere kans te geven.
- Als er takken overlast bezorgen.
- Een boom of struik kleiner maken, waardoor uw tuin optisch groter wordt.
WAT IS VERJONGINGSGROEI?
Hoe planten groeien
Eénjarige planten voltooien hun hele levenscyclus in één groeiseizoen, andere plantengroepen doen er (veel) langer over. Bij sommige bomen duurt het wel tien of meer jaar voor ze een keer gaan bloeien. In de jeugdfase worden de scheuten en bladeren gevormd en wordt de plant snel groter. In de volwassen fase bloeien ze en vormen zaad. In de ouderdomsfase verminderen groei en bloei, gevolgd door de afstervingsfase. Door allerlei ingrepen, waaronder snoei, kunnen die verschillende fasen worden verlengd. Door goed te snoeien kan een struik veel ouder worden of langer bloeien dan hij van nature zou doen.
Zware snoei geeft zware groei
Een bijzonder effect van snoei is dat dit nieuwe groei stimuleert. Zware snoei geeft meer nieuwe groei dan lichte snoei. Daarmee wordt in de praktijk veel te weinig rekening gehouden. Als een plant zich onevenwichtig heeft ontwikkeld, moet dus zwaarder worden gesnoeid aan de minder ontwikkelde kant en lichter aan de sterk ontwikkelde kant. Normale snoei moet tot een zo evenwichtig mogelijk resultaat leiden. Maar er kunnen allerlei invloeden zijn die dat lastig maken, zoals veel voorkomende sterke wind of grote verschillen in licht en schaduw.
AAN DE SLAG
Snoeien is op zich geen gevaarlijke bezigheid. Onverwachte gevaarlijke momenten zijn echter van tevoren niet in te schatten. Wij raden u daarom aan om enkele veiligheidsmaatregelen in acht te nemen.
- Draag werkhandschoenen tijdens het snoeien. Hiermee voorkomt u verwondingen aan uw handen. Goede werkhandschoenen houden zelfs rozendoorns tegen;
- Gebruik een stabiele en stevige trap of ladder. Bind een ladder eventueel bovenaan vast aan de boom;
- Bedek uw huid zoveel mogelijk. Sommige planten stoten stoffen af die jeuk en irritatie kunnen veroorzaken. Dit geldt ook voor de ogen en luchtwegen (mondkapje en veiligheidsbril);
- Laat geen snoeischaar liggen als u even weg bent. Dit kan gevaarlijk zijn voor kinderen en huisdieren.
Goed gereedschap is het halve werk: kijk hier voor meer informatie over het juiste gereedschap bij Tuingereedschap.
ALGEMENE SNOEIREGELS
Onderstaande snoeiregels kunnen gebruikt worden als richtlijn:
- Nooit snoeien als het vriest of regent.
- Gebruik altijd scherp gereedschap zodat een mooie gladde wond ontstaat die minder vatbaar is voor ziekten en rotting.
- Snoei net boven een oog in de tak (verdikking van waaruit de knop groeit)
- Snijd de tak schuin aflopend af zodat er geen water op kan blijven staan.
- Verwijder het dode en zieke hout to op het gezonde hout.
- Haal alle verdroogde, beschimmelde vruchten weg.
- Knip takken die op de grond hangen terug.
- Snoei het zogenaamde "wilde hout", het hout dat uit de onderstam groeit, diep en tijdig weg.
- Snoei van twee takken die tegen elkaar aan groeien er één weg.
- Leidende takken vormen de basis bij appel-, peren- en steenvruchtenbomen: Snoei eerst de zwakste leidende tak eerst en laat de sterkere daarop aansluiten. Laat leidende takken in de juiste richting van de boom groeien.
- Zorg dat jonge, vruchtdragende takken de kans krijgen om te groeien, verwijder hiervoor de oude uitgedragen takken.
- Voorkom inscheuren door zware takken in delen te verwijderen.
- Controleer de stam en behandel eventuele boomwonden (glad afsnijden en afdichten met boomwondpasta).
- Desinfecteer uw snoeigereedschap na het snoeien van zieke bomen/struiken, voordat u verder gaat met het snoeien van gezonde bomen/struiken.
- Houdt in de gaten hoe de boom op de snoei reageert en gebruik die informatie bij de volgende snoei.
DE 20% REGEL
Als voorbeeld het ‘eeuwige’ probleem: hoe snoeit u een hortensia zo dat hij én maathoudt én blijft bloeien? Eigenlijk is het heel eenvoudig. Snoei alle oude bloeiwijzen eruit tot zo’n 15 cm onder de bloemen. Snoei vervolgens alle dunne, sprietige takjes weg. Het is de bedoeling de hele struik te verkleinen. Dat kan, maar dat moet u in gedeelten doen. Snoei in het voorjaar éénvijfde van alle grote, oude takken bij de basis weg. Laat de rest staan. Het volgende vijfde deel snoeit u het jaar erop enz. Ieder jaar worden nieuwe takken van onderaf gevormd. Verjongen heet dat. Zo houdt u de plant binnen de perken en hij zal toch steeds bloeien. Dit wordt de 20%-regel genoemd.
WANNEER SNOEIEN?
Is er een jaargetijde waarin u het beste aan de slag kunt gaan? Het antwoord is nee, want dit is sterk afhankelijk van het snoeidoel en het soort gewas. Maar natuurlijk hebben we wel enkele algemeen geldende tips:
- Het beperkt snoeien en uitdunnen om meer licht of ruimte te creëren, mag in elk jaargetijde als het met mate gebeurt.
- Houtige planten met nieuwe takken waaraan bloemen komen, moet u in de late winter of in het vroege voorjaar snoeien.
- Houtige planten met vruchten of bloemen die groeien aan takken die al het jaar ervoor zijn ontstaan, moet u direct na de bloei of pluk snoeien.
- Het snoeien van hagen kan het beste gebeuren in april en augustus.
- Sommige struiken en bomen verliezen veel vocht tijdens het snoeien. Dit noemen we ook wel ‘bloeden’. Dit soort gewassen snoeit u het beste aan het begin van het jaar.
Snoeikalender voor enkele soorten:
Jan |
Febr |
Mrt |
Apr |
Mei |
Juni |
Juli |
Aug |
Sept |
Okt |
Nov |
Dec |
|
Appel |
||||||||||||
Blauwe regen |
||||||||||||
Bolacacia |
||||||||||||
Forsythia |
||||||||||||
Lavendel |
||||||||||||
Vlinderstruik |
||||||||||||
Hortensia |
||||||||||||
Clematis Tangutica |
||||||||||||
Struikroos |
||||||||||||
Klimroos |
||||||||||||
Stamroos |
||||||||||||
Clematis Montana |
||||||||||||
Buxus |
||||||||||||
Beukenhaag |
||||||||||||
Liguster |
||||||||||||
Hulst |
||||||||||||
Taxus |
||||||||||||
Acer |
||||||||||||
Druif |
||||||||||||
Leilinde |
||||||||||||
Dakplataan |
SNOEIGROEPEN
Snoei sowieso nooit als het vriest of als het extreem droog of nat is! Verder gelden er speciale snoeiregels voor bepaalde groepen, waarvan we de belangrijkste voor u op een rijtje gezet hebben:
VASTE PLANTEN
Vaste planten in voor- of najaar opschonen. Stengels tot de helft inkorten (als ze lelijk zijn) mag altijd.
Bamboe
Het snoeitijdstip voor bamboe is onbelangrijk. Haal woekerende worteluitlopers zo snel mogelijk weg en sluit de wortels daarna op binnen speciale bamboefolie.
Rozen
Klimrozen beperkt snoeien in de herfst, na de bloei. Haal alleen zieke en dode takken weg. Snoei struikrozen, stamrozen en alles wat daar op lijkt tussen 1 maart en 1 april, als de kans op invriezen geweken is maar ze al wel uitlopen.
Lavendel
Toppen in het voorjaar. Niet knippen in het oude verhoute gedeelte.
Kuipplanten
Deze worden over het algemeen gesnoeid als ze in de winterberging worden gebracht, dan vragen ze minder ruimte.
Vaste planten in de herfst wel of niet snoeien?
In de natuur sterven vaste planten in het najaar af en leven de wortels door. Het afstervende materiaal zorgt bovengronds voor winterbescherming. Maar als groenblijvende vaste planten naast afstervende soorten geplaatst zijn kunnen de groenblijvers worden bedolven onder afstervend materiaal van buurplanten en rotten ze weg. In die gevallen kunt u dus het beste al in het najaar de afgestorven planten opschonen. Breng dan ook mulch rond de afgeknipte planten aan voor de winterbescherming.
HEESTERS
Heesters die in winter en voorjaar bloeien
Winterbloeiende struiken direct na de bloei snoeien. Tijdens of vlak voor de bloei snoeien kan ook. De takken kunnen dan op de vaas tot bloei komen. Goede winterbloeiers zijn bijv. toverhazelaar (Hamamelis mollis), Prunus subhirtella ‘Autumnalis’ en Viburnum bodnantense ‘Dawn’. Let bij voorjaarsbloeiers op de bloeitijden. Er zijn er die al in maart bloeien, andere pas in mei. Dat betekent ook dat niet alles in één snoeibeurt te doen is. Een voorjaarsbloeier bloeit altijd aan takken die minimaal één jaar oud zijn. Snoei ze direct na de bloei.
Heesters die in zomer en najaar bloeien
Snoei deze ruim voor de bloei (direct na 1 maart). Snoei wat erbij gegroeid is. Sommige, zoals de vlinderstruik (Buddleja), worden dan heel kort gesnoeid.
Groenblijvende heesters
Hiervoor gelden dezelfde regels als voor bladverliezende heesters (zie hierboven), maar verwijder altijd dode, langs elkaar schurende en zieke takken en wilde scheuten.
Een rododendron bloeit uit knoppen die zijn gevormd in het jaar ervoor. Snoei deze dus voorzichtig of helemaal niet, haal wel de uitgebloeide bloemen weg.
Coniferen en hagen
De meeste hagen of coniferen hoeven maar eens per jaar geknipt te worden, liefst rond de langste dag. Wilt u snelgroeiende hagen zoals liguster en Berberis strak houden,
dan moet u ze jaarlijks wel vijf keer knippen. Niet eerder dan mei en niet later dan augustus.
Buxus
‘Hoe vaker, hoe beter’ is het basisprincipe voor het snoeien van de Buxus. Zelfs viermaal per jaar een snoeibeurt is geen probleem. Snelgroeiende soorten bereiken namelijk alleen een goede dichtheid als ze vaker dan eenmaal per jaar bijgeknipt worden. Houd er rekening mee dat Buxus om te herstellen na het snoeien meer water nodig heeft.
FRUIT
Kleinfruit (bessen enz.)
Iedere soort vraagt een eigen snoeiwijze. Een goed snoeiboek is een prima leidraad. Druiven en kiwi uiterlijk in januari snoeien omdat in februari de sapstromen al sterk op gang komen.
Grootfruit (appels, peren enz.)
De boom moet een open kroon houden; de snoei om dat te bereiken moet in de winter gebeuren (nooit tijdens vorstperioden snoeien!). In de zomer moet u ‘wilde’ scheuten weghalen die uit de wortels en de onderstam te voorschijn komen. Wortelscheuten in de grond tot op hun aanhechting opzoeken en daar losscheuren. Scheuten uit de onderstam ook losscheuren, niet afknippen, want anders krijgt u er nog veel meer voor in de plaats. Als zich in de kroon waterloten voordoen, moeten die ook meteen worden weggesnoeid. Waterloten zijn snelgroeiende scheuten die, anders dan de gewone takken, recht omhoog groeien. In de winter moet het model in de kroon worden gesnoeid. Dat moet zo gebeuren dat de vruchtspoortjes (korte takjes waaraan de bloemen en vruchten verschijnen) zich goed ontwikkelen en er naderhand geen warrige takkengroei ontstaat. Het beste is dat in de praktijk voorgedaan te krijgen. Raadpleeg in ieder geval een goed snoeiboek.
BOMEN
Normaal is weinig snoei nodig, tenzij bij vorm- en leibomen. Wintersnoei in februari, zomersnoei in de nazomer. Laat zware snoei aan een boomverzorger over.
Geënte treurwilgjes
Treurwilgen kunnen hangende takken hebben die doorgroeien over de grond, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Dus moeten ze zover worden ingekort dat dat net niet het geval is. Als ze te kort worden gesnoeid, is het treureffect tijdelijk afwezig, dus dat zeker niet doen. Het zijn geen knotwilgjes!
Pas op met bloeders!
Bloeders zijn planten die in het voorjaar enorm sterke sapstromen hebben (bijv. walnoot, esdoorn en berk). Deze worden daarom het liefst tegen het einde van de zomer gesnoeid als ze minder sterk bloeden en de snoeiwonden zich veel gemakkelijker sluiten.
KAPVERGUNNING
In sommige gevallen is er een kapvergunning nodig om takken weg te halen. De voorwaarden waaronder de gemeente een kapvergunning verleent, verschillen per gemeente. Een gemeente kan een kapvergunning verlenen als een boom:
een gevaarlijke situatie oplevert voor de omgeving;
- ziek of in slechte staat is;
- teveel licht tegenhoudt bij een woning;
- kabels en leidingen, riolering of bestrating beschadigt;
- te dicht op een erfgrens staat;
- er bomen te dicht op elkaar staan.
Een gemeente kan een kapvergunning weigeren als een boom:
- in goede staat is;
- belangrijk is voor het straatbeeld;
- een ecologische waarde heeft;
- door snoeien behouden kan blijven.
Omgevingsvergunning
Vanaf 1 januari 2010 worden de verschillende vergunningen en ontheffingen voor wonen, ruimte en milieu zoveel mogelijk samengevoegd, In de toekomst volstaat één vergunning: de omgevingsvergunning.




